valpreventie

Delen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on whatsapp

Valpreventie en chronische aandoeningen [Partnerinfo]

Hoe kunnen mensen met een chronische aandoening werken aan valpreventie?

Het is niet voor niets dat er zoveel aandacht wordt gegeven aan valpreventie. De zaken worden nog wat ingewikkelder wanneer er ook sprake is van een chronische aandoening. 

Hoe voorkomt u bijvoorbeeld vallen wanneer iemand de ziekte van Parkinson heeft? Wat is de beste manier om met valpreventie om te gaan bij mensen met dementie? In dit artikel gaan we precies daarnaar kijken.

1. Valpreventie bij ouderen met dementie en cognitieve problemen

Het valpercentage bij mensen met cognitieve problemen en dementie is 66%. Dit heeft maar liefst drie keer zoveel heupfracturen als gevolg! Daarbij heeft deze groep een grotere kans om als resultaat van een valgerelateerd letsel in woonzorgcentra terecht te komen en zelfs te overlijden.

Gedragsproblemen die aan dementie verbonden zijn onder andere ronddwalen, impulsiviteit en problemen met het inschatten van omgevingsrisico’s en eigen capaciteiten.

Wat is belangrijk bij valpreventie en dementie en waar moet op gelet worden?

Net zoals bij ouderen die niet in deze kwetsbare groep zitten, zijn de volgende factoren belangrijk bij het voorkomen van vallen:

  • Beweegprogramma’s die zich richten op mobiliteit, spierkracht en balans
  • Evaluatie en aanpassing van medicijnen
  • Oogtesten
  • Aanpassingen aan de woning
  • Vitamine D-supplementen

Echter voor deze kwetsbare groep kan de effectiviteit van valpreventieprogramma’s worden vergroot wanneer bovengenoemde punten worden uitgevoerd in combinatie met:

  • Een op maat gemaakt behandelingsprogramma
  • Begeleiding van een mantelzorger en/of een zorgprofessional

2. Valpreventie en osteoporose

Osteoporose is een chronische aandoening van het skelet waarbij de botsterkte steeds afneemt. Mensen met osteoporose hebben daarom zeer zwakke en poreuze botten. Iemand weet vaak pas nadat een bot is gebroken dat hij of zij osteoporose heeft. Over het algemeen zorgt osteoporose niet voor klachten. In sommige gevallen kan osteoporose echter wel voor pijn zorgen, bijvoorbeeld in het geval van wervelfracturen of ingezakte rugwervels.

Osteoporose zorgt ervoor dat er minder botmassa is, maar het zorgt ook voor een verandering in de botstructuur, waardoor er gemakkelijker botbreuken ontstaan. Valpreventie en osteoporose hebben daarom een belangrijke verbintenis: een brozer bot breekt immers veel gemakkelijker bij een val dan een sterker bot.

Een botbreuk bij 55-plussers is vaak een aanleiding om op osteoporose te testen en zou ook als eerste signaal voor een test moeten worden aangenomen. Het is belangrijk om zelf alert te blijven, zodat er tijdig aan voorzorg kan worden gewerkt. Een gebroken bot heeft uiteraard negatieve gevolgen die het best kunnen worden voorkomen. Dit is natuurlijk ook het doel bij valpreventie.

Er zijn enkele risicofactoren die u voor uzelf kunt nagaan:

  • U bent ouder dan 55 jaar
  • U heeft een gewicht onder de 60 kg
  • U heeft een botbreuk gehad na uw 50ste levensjaar
  • Eén of beide ouders hebben ooit een heup gebroken
  • U heeft last van een verminderde mobiliteit
  • U heeft reumatoïde artritis
  • U bent in de afgelopen 12 maanden ten minste één keer gevallen
  • U heeft diabetes, COPD, darmziekte, verhoogde schildklierwerking of epilepsie
  • U heeft langer dan 3 maanden glucocorticoïden gebruikt

Bovengenoemde punten zijn risicofactoren. Indien u uzelf hierin herkent is het wellicht een goed idee om het met uw (huis)arts te bespreken. Wanneer nodig kunt u dan getest worden op osteoporose. Neem dan altijd uw medicijnenoverzicht mee (dit is bij uw apotheek te verkrijgen), zodat uw arts precies weet welke medicijnen u momenteel inneemt en of dit invloed kan hebben op uw valrisico.

3. Valpreventie en de ziekte van Parkinson

De ziekte van Parkinson heeft veel invloed op ons evenwicht en vallen kan daardoor sneller gebeuren. Vooral wanneer iemand zich al in de ‘middenfase’ van parkinson bevindt. De middenfase betekent dat de persoon de symptomen van parkinson al voelt. Wanneer iemand in de beginfase zit, is dit nog niet het geval.

In de middenfase komen de eerste beperkingen en wordt het uitvoeren van bepaalde activiteiten moeilijker. In deze fase komen de problemen met het evenwicht aan bod en kunnen we spreken van een verhoogd valrisico. Vaak wordt er in deze fase door middel van kinesitherapie gewerkt aan het behouden en bevorderen van activiteiten door te oefenen met activiteiten en functies in probleemgebieden zoals lichaamshouding, reiken, grijpen, balans en lopen.

Bij de ziekte van Parkinson is het dus ook van belang om zo veel mogelijk in beweging te blijven om zodoende vallen te voorkomen. Uiteraard dient u dit altijd in overleg met uw (huis)arts, kinesitherapeut en/of ergotherapeut te be spreken. Vooral bij de ziekte van Parkinson is begeleiding bij fysieke beweging ontzettend belangrijk, want het is natuurlijk niet de bedoeling dat dankzij de beweging het valrisico juist wordt vergroot.

Om het valrisico bij parkinson te verkleinen kunnen verschillende therapeutische mogelijkheden overwogen worden:

  • Optimaliseren van de parkinsonmedicatie
  • Verminderen van of stoppen met kalmeringsmiddelen
  • Kinesitherapie gericht op het verbeteren van het evenwicht
  • Interventie van onder andere verpleegkundigen en ergotherapeuten

Bron: stannah.be

Scroll naar top